Ik verzamel en restaureer al lange tijd botte en roestige messen; laatst las ik een handleiding die de fijne kneepjes van dit werk heel goed samenvatte. Eerst moet je de staat van het mes bekijken en bepalen welk deel gerepareerd moet worden: roest, botheid of het heft?
Bij het verwijderen van lichte roest doen azijn, citroensap of zuiveringszout het prima. Bij diepe roest heb je echter een staalborstel, schuurpapier of een chemische roestverwijderaar nodig; maar bij het gebruik van chemicaliën moet je er beslist op letten dat je het staal niet beschadigt. Aan het eind moet je het mes altijd oliën, zodat de roest niet terugkomt.
Voor het slijpen gebruik ik een wetsteen of een keramische staaf; de hoek constant houden is het allerbelangrijkste. Een gebroken of gescheurd heft kun je vernieuwen met hout, leer of micarta; handschoenen zijn voor de veiligheid een must.
Volgens mij is geduld het belangrijkste. Haast leidt tot fouten; met regelmatig onderhoud en het juiste gereedschap kan een oud mes echt weer worden zoals op de eerste dag.
Bron: Taktik Çakı
Ik kwam een artikel tegen over hoe je een keukenmes weer scherp krijgt zonder het huis uit te gaan. Volgens voedingscontentmaker Alejandro Gutiérrez, op Instagram bekend als Yo soy chef en casa, is één goedkope tweezijdige slijpsteen genoeg, zo'n steen die je in elke ijzerwinkel vindt.
De methode is eenvoudig. Eerst leg je de steen ongeveer 20 minuten in water, zodat het staal niet oververhit raakt, en je legt er een vochtige doek onder zodat hij niet schuift. Dan houd je het mes ongeveer 20 graden schuin. Hij legt het zo uit: 90 graden, de helft daarvan is 45, de helft van de helft 22,5. Je trekt het lemmet van het heft tot de punt over de ruwe kant, met gelijkmatige druk, en je maakt op beide kanten evenveel bewegingen. Ten slotte werk je de helft van de tijd af op de gladde, bevochtigde kant.
Hoe vaak je moet slijpen hangt af van de slijtage. Voor een sterk versleten mes adviseert hij tien minuten, twee keer per week, een maand lang. Is de snede eenmaal hersteld, dan is één keer per twee maanden voldoende. Daarna was je het lemmet met water en zeep om het metaalstof te verwijderen.
Hij noemt ook wat de snede verpest: messen in de vaatwasser doen, snijden op glazen of marmeren planken en de messen los in een la gooien, waar ze tegen elkaar aan botsen. Een goede herinnering dat slijpen meer met regelmaat dan met dure gereedschappen te maken heeft.
Bron: adn Noticias
Een bericht van Anka Haber trok mijn aandacht: in Sinop houdt de 80-jarige messenmaker Cengiz Özekes een messenmakerstraditie van ongeveer 130 jaar in ere en geeft die door aan zijn zoon Kazım Özekes.
Het familievak begon in de jaren 1890 met zijn grootvader, Hüseyin Usta. Volgens Özekes maakte Hüseyin Usta in de Ottomaanse tijd niet alleen messen, maar deed hij ook klussen zoals het repareren van wapens. Later zetten zijn vader, Kazım Usta, en zijn oom, Ali Usta, het werk voort. Nadat Amerikanen in 1955 naar Sinop kwamen, kreeg het vak een nieuwe fase, en Cengiz Usta en zijn oudere broer moderniseerden de productie. Vandaag is Cengiz Usta de derde generatie en zijn zoon Kazım de vierde.
De meester zegt dat de belangstelling voor ambachtswerk is afgenomen, dat de leerlingentijd voorbij is en dat de verkoop is gedaald door producten uit het Verre Oosten. Toch zegt hij: “Wij hebben ons hart aan dit vak verpand”, en mensen die van ambacht houden, vinden hem nog steeds.
Het is een verhaal dat eraan herinnert dat achter elk lemmet arbeid zit die over generaties is opgebouwd. Ik hoop dat er meer verhalen als deze over zulke meesters verschijnen.
Bron: Anka Haber
De 3e editie van de Faca Fest vond plaats in de Usina do Queimado in Campos dos Goytacazes (RJ) en heeft zich volgens J3News gevestigd als de belangrijkste messenbeurs van de staat Rio de Janeiro. Exposanten, vakmensen en verzamelaars uit meerdere regio's van het land kwamen samen.
Het format deed denken aan de grote nationale beurzen: er waren technische beoordelingen en messenwedstrijden, beoordeeld door gespecialiseerde juryleden, plus live smeedvertoningen. De organisatoren, Olympio Guimarães en Ricardo Lobo, zeiden dat de locatie hun verwachtingen overtrof, met families, ouderen en iedereen die de kunst van het bewerken van staal bewondert.
De toegang was gratis. Op zaterdag duurde het evenement tot middernacht en op zondag van 9.00 tot 20.00 uur. Naast exclusieve stukken was er barbecue op houtskool, muziek en recreatie in het buitengebied.
Ik vind het mooi dat messen uit de niche komen. De smidse aan het werk zien en praten met de maker van het lemmet is een goede manier om de waarde van ambachtelijk werk te begrijpen.
Bron: J3News
De krant Báo Cao Bằng heeft een verhaal gepubliceerd over Lương Văn Khiêm (geboren in 1989), die opgroeide in het smeeddorp Phúc Sen, dat nu bij het gehucht Pác Rằng in de gemeente Quảng Uyên hoort. Hij werkt al meer dan 25 jaar in het traditionele smeedvak.
Phúc Sen staat bekend om de smederijen die het hele jaar rood gloeien en om de met de hand gemaakte messen en scharen, die deel uitmaken van de cultuur van de Nùng An-gemeenschap. Opgegroeid in een smidsfamilie kende hij sinds zijn kindertijd het geluid van de hamer, het aambeeld en de hitte van het vuur. Zijn eerste lessen gingen over hoe je de hamer vasthoudt, hoe je vuur maakt en hoe je staal harden, maar vooral leerde hij geduld en nauwkeurigheid.
Hij zet zich ook in om het vak door te geven aan jongeren, uit de buurt en van daarbuiten, en velen van hen hebben later hun eigen smederij geopend.
In 2019 werd de messencoöperatie Phúc Sen Hà Khiêm opgericht met zeven leden, die werk biedt aan ongeveer twintig lokale arbeiders. In 2024 kregen de producten het OCOP-keurmerk met drie sterren. In 2025 koos het ministerie van Industrie en Handel de coöperatie uit als voorbeeld voor etnische minderheden en bergachtige gebieden. In 2026 kreeg Khiêm een verdienstenoorkonde van de voorzitter van het provinciale volkscomité.
Het mooiste vind ik zijn visie: het smeedvak in stand houden is niet alleen om in het levensonderhoud te voorzien, maar om een deel van de ziel van het thuisland te bewaren. Zolang de smidse blijft gloeien, zegt hij, zal hij blijven lesgeven, zodat het geluid van de hamer van Phúc Sen nooit verstomt.
Bron: Báo Cao Bằng
Het verhaal van Daniele Novelli, 33, scharensliep uit Camucia, dat de Corriere di Arezzo bracht, deed me tegelijk glimlachen en nadenken. Hij oefent een beroep uit dat verdwijnt: al tien jaar slijpt hij messen in zijn werkplaats en bij klanten thuis, nadat hij er op zijn 23e per toeval mee was begonnen.
Naast messen slijpt hij oude snoeiharpen, lintzaagbladen en schijven van snijmachines, want, zegt hij, thuis gooit men niets weg wat nog te redden valt. Hij kocht een uitgeruste bestelbus en gebruikt moderne machines waarmee hij elk soort blad kan slijpen, met een slijphoek die hij zelf heeft bedacht. Hij leerde het zelf, door zijn vader te helpen, die industriële machines repareert, door fouten te maken en door „met zijn ogen te stelen”.
Zijn klanten variëren van jong tot oud, sommigen ouder dan negentig, die een snoeiharp brengen omdat ze het gras niet meer kunnen maaien. Zijn advies is eenvoudig: vier of vijf echt goede messen zijn beter dan tien slechte, en bijna altijd loont het om te slijpen in plaats van nieuw te kopen.
Tegenwoordig is het al nieuws als je de scharensliep hoort aankomen, want er zijn er bijna niet meer. Daniele houdt van het contact met mensen en van het weer in gebruik nemen van spullen die een ander zou weggooien. Een mooie herinnering dat een goed geslepen mes een heel leven mee kan.
Bron: Corriere di Arezzo
Het 59e Messenfestival wordt gehouden in de stad Seki in de prefectuur Gifu, op twee dagen: de 10e en de 11e. Het wordt georganiseerd door het uitvoerend comité van het Seki-messenfestival. Voor wie geïnteresseerd is in het onderhoud en herstel van messen, vond ik het een festival met heel veel te zien.
Het middelpunt is de 'messenuitverkoop' in de Honmachi-straat, op beide dagen open van 10.00 tot 17.00 uur. Er zijn 34 exposanten, waaronder Inoguchi Cutlery Works, Kai, Magoroku Cutlery en Minoseki Cutlery, de messenmakers uit Seki.
Wat onderhoud betreft is de 'slijphoek voor keukenmessen' het bekijken waard. Bij de Seki Terrace-messenwerkplaats / het Gifu Seki-messenhuis (4-12-1 Heiwadori, Seki) wordt op beide dagen van 9.00 tot 14.30 uur geslepen. Het is goed om te onthouden dat je keukenmessen die bot zijn geworden kunt meenemen.
Er zijn ook evenementen rond zwaarden. In het Seki-smederij-erfgoedcentrum kun je de traditionele smeedkunst van Japanse zwaarden en de technieken van polijsten en monteren zien. Het smeden begint om 10.30, 13.00 en 15.00 uur, het polijsten en monteren om 11.00, 13.30 en 15.30 uur. Ook zijn er een tentoonstelling van moderne nieuwe zwaarden en een 'zwaardenadvies'.
Op de Honmachi 2-chōme is ook een podiumprogramma gepland. Op de officiële website staan wandelroutes en aandachtspunten voor bezoekers, dus het loont om vóór je vertrek de laatste mededelingen te checken.
Bron: uitvoerend comité van het Seki-messenfestival
In Kedungkandang, in de stad Malang, is nog altijd een traditionele smidse met een brandende oven in bedrijf. Volgens TIMES Indonesia smeden Sunar en zijn neef Yono het ijzer nog steeds met de hand in een werkplaats naast het kantoor van het politiebureau Polsek Kedungkandang. Vroeger werkten er zo'n tien mensen; nu zijn er nog maar twee over.
Er bestaat geen schriftelijke vastlegging van het jaar waarin de smidse is opgericht; de geschiedenis is van generatie op generatie mondeling doorgegeven. Een elektrische blazer helpt nu om de houtskool brandend te houden, maar het vormen van het gereedschap gebeurt nog grotendeels met de hand. Het ijzer komt van schroothandelaren, en het staal deels van de bladveren van gebruikte voertuigen, zoals bussen.
Het materiaal wordt verhit en herhaaldelijk gehamerd tot sikkels (arit) en machetes (parang). De handgrepen zijn van lamtorohout en op een handdraaibank gevormd, zodat ze prettig in de hand liggen. De prijs ligt tussen ongeveer 150.000 en 250.000 roepia, en er wordt geproduceerd op bestelling, niet naar een dagelijkse norm.
De houding van Sunar heeft mij geraakt. Hij blijft in dit vak niet vanwege rijkdom of status, maar omdat hij zich aanpast aan wat kopers nodig hebben. Ik hoop dat zulke vaardigheden, het smeden en monteren van handgrepen, niet verloren gaan nu er steeds minder opvolgers zijn.
Bron: TIMES Indonesia
Bij MDR stuitte ik op een messmid uit de Vogtland: Alexander Zegula, 61, uit Hammerbrücke. Zijn smidse ligt achter het woonhuis. Daar brandt het smidsvuur, en steeds weer legt hij het ruwe stuk in de gloed.
Het ruwe stuk wordt tot 1.200 graden verhit en dan slag na slag bewerkt. Er wordt gesmeed bij ongeveer 800 tot 900 graden, en dat geldt volgens hem voor alle messen. Tussendoor zet hij het stuk op zijn kant om te controleren of het lemmet recht is. Hoe precies het moet, verwoordt hij zo: twee verkeerde slagen en het stuk is verpest.
Over staal heeft hij een duidelijke mening. Roestvrij staal is makkelijk in onderhoud, maar roestende staalsoorten worden veel scherper en zijn het toppunt voor liefhebbers. Een mes dat roest moet na elk gebruik wel met een doek worden afgeveegd en geolied.
Het stuk gaat ook in op de oude vraag of je paddenstoelen met de hand of met een mes oogst. Zegula zegt dat het een kwestie van geloof is. Wie een mes gebruikt, snijdt onder de grond af en bedekt de snede weer met aarde, zodat die niet gaat schimmelen. Ik vind het sympathiek hoe nuchter hij over temperatuur, staal en onderhoud praat: uiteindelijk is een goed mes ambacht en regelmatig onderhoud.
Bron: MDR Sachsen
Knife Informer publiceerde half september 2026 een gids voor onderhoud en verzorging van messen, en wat me het meest aansprak, is hoe helder het onderwerp wordt neergezet: de routine moet bij het mes passen, en het meeste werk is eenvoudig. Schoonmaken voordat het vuil uithardt, het lemmet helemaal drogen, de oppervlakken beschermen die dat nodig hebben, en alleen slijpen wanneer het mes daar echt om vraagt.
De volgorde van de stappen is het deel dat je moet onthouden. Bij een zakmes haal je eerst met een borsteltje of wattenstaafje vuil uit de pivot, het slotgedeelte, de liners en de clip. Alleen als de werking dan nog droog aanvoelt, voeg je één kleine druppel pivotolie toe, open en sluit je het mes een paar keer en veeg je het overtollige weg. Eerst oliën en dan schoonmaken sluit alleen zand in het mechanisme op. Voor keukenmessen is het advies net zo basaal: met de hand wassen in warm water met een milde zeep, goed drogen, en kwalitatieve messen uit de gootsteen en de vaatwasser houden.
Wat het slijpen betreft, onderscheidt de gids drie handelingen die mensen vaak door elkaar halen. Honen is voor een moe keukenmes dat nog een snijpunt heeft. Slijpen is nodig wanneer het mes uitglijdt, voedsel plettert of niet meer op honen reageert. Stroppen komt eerst bij zak- en outdoormessen met een intacte snede. Verder staat erin dat poedersstaal met veel vanadium beter reageert op diamant- of CBN-schuurmiddelen, en wordt gewaarschuwd voor het achteloos gebruiken van goedkope pull-through-slijpers met hardmetaal.
Bij roest ligt de nadruk op voorkomen in plaats van op een verwijderrecept: messen drogen na zweet, regen, zout of voedselzuren, en laat verborgen vocht verdampen voordat je ze opbergt. Patina op koolstofstaal is normaal, actieve rode roest niet. Agressieve schuurmiddelen horen volgens de gids niet op gecoate, geëtste of damascus afwerkingen, en ook niet op een patina die je wilt behouden. Bij diepe putjes raadt hij aan het mes niet meer te gebruiken. Voor koolstofstaal dat met voedsel in contact komt, wordt een dun laagje voedselveilige minerale olie aanbevolen, en vastbladmessen mogen niet lang in vochtige lederen schedes blijven zitten.
Persoonlijk vond ik de veiligheidsopmerking bovenaan het nuttigst voor restaurateurs: een mes met een onbetrouwbare vergrendeling, verticale speling van het lemmet, een gebarsten heft of een gebroken lemmet moet uit gebruik worden genomen, en schoonmaken lost dat niet op. Het is een goede herinnering om de mechaniek te controleren voordat je de uitstraling van een oud mes gaat polijsten.
Bron: Knife Informer
Midi Libre kondigde de eerste messenbeurs van Monteils aan, bij Alès, die is gepland op zondag 27 september, van 9 tot 18 uur, in de Temple aan de Place du Puits. Er namen twaalf messenmakers uit de Gard, de Hérault en de Vaucluse deel, allemaal professionals voor wie dit hun officiële beroep is.
Het idee komt van Cédric Cousin, beroepsbrandweerman, die het organiseerde met de jachtvereniging van Monteils. Voor hem is het mes een nuttig gereedschap in zijn werk en, omdat hij graag kookt, ook het basisgerei in de keuken. Volgens het artikel was er in de regio Alès, afgezien van de beurs die elk jaar in Marguerittes bij Nîmes wordt gehouden, nooit eerder zo'n bijeenkomst geweest.
Wat me aansprak, was de manier waarop messenmaker Vincent Salel, die in Monteils gevestigd is, zijn vak beschrijft. Hij spreekt over echt ambacht: voor de heften gebruikt men hout, hoorn of koolstofvezel; voor het staal zijn er afwerkingen als damast, microstralen of polijsten. Hij vergelijkt de precisie van dit werk met die van goudsmeedkunst en betreurt dat het ambacht dreigt te verdwijnen.
De beurs was gewijd aan het tentoonstellen en verkopen van volledig met de hand gemaakte stukken, vaak unieke exemplaren. Voor iedereen die geïnteresseerd is in handgemaakte messen en heften, is het een kans om rechtstreeks te praten met de mensen die ze maken.
Bron: Midi Libre