Có một đám mây trên Sao Hỏa mà mình thấy thật sự kỳ lạ: nó dài khoảng 1.600 km, có lúc tới 1.800 km (cỡ 1/12 chu vi hành tinh), xuất hiện gần như mỗi buổi sáng rồi biến mất hoàn toàn chỉ sau vài giờ.
Giới khoa học gọi nó là Arsia Mons Elongated Cloud (AMEC), vì nó hình thành phía trên Arsia Mons, ngọn núi lửa đã tắt cao khoảng 20 km ở vùng Tharsis, phía nam xích đạo Sao Hỏa. Tàu quỹ đạo Mars Express của Cơ quan Vũ trụ châu Âu (ESA) phát hiện nó từ năm 2018, và từ đó đến nay các mô phỏng vẫn chưa tái tạo được cách nó ra đời.
Về hình dạng, AMEC là mây địa hình: gió mạnh đẩy không khí ẩm vượt qua núi cao, giống kiểu mây Levanter thỉnh thoảng hình thành trên mỏm đá Gibraltar. Nhưng điểm mấu chốt nằm ở chỗ khác. Trên Trái Đất, mây thường hình thành bằng kết tinh dị thể: hơi nước ngưng tụ thành băng quanh các hạt bụi, muối, phấn hoa hay bồ hóng. Khí quyển Sao Hỏa có rất nhiều bụi, vậy mà quá trình đó lại không xảy ra ở đây.
Trong bài báo đăng ngày 7/10 trên Nature Geoscience, nhóm của nhà khoa học hành tinh Jorge Hernández-Bernal (Đại học Basque Country, Tây Ban Nha) cho rằng hơi nước ở AMEC chuyển thẳng thành hạt băng mà không cần "hạt nhân" nào. Họ gọi đó là kết tinh đồng thể, một quá trình chưa từng được ghi nhận trong khí quyển của bất kỳ hành tinh nào. Khi đưa cơ chế này vào mô hình khí tượng Sao Hỏa, họ tái tạo được đúng các đặc điểm của đám mây.
Điều kiện để chuyện đó xảy ra cũng rất đặc biệt: gió thổi lên sườn Arsia Mons (cao hơn gấp đôi đỉnh Everest) tạo ra một làn sóng đẩy không khí lên rất nhanh, nhiệt độ có thể giảm tới 30 độ C chỉ trong 10 phút. Hơi nước có thể một phần đến từ khí quyển, một phần từ lớp sương dày phủ trên đỉnh núi.
Mình thích nhất ở câu chuyện này là một hiện tượng tưởng như "sai luật" lại buộc người ta phải bỏ qua những nguyên tắc khí tượng quen thuộc để tìm ra lời giải. Mars Express cũng là một trong số rất ít tàu có thể quan sát đỉnh Arsia Mons vào ban ngày, nên dữ liệu của nó là chìa khóa của phát hiện này.
Nguồn: VnExpress
Elke keer als ik denk dat de oceaan me niet meer kan verrassen, komt er weer zo'n verhaal langs. Een team wetenschappers heeft onlangs in Buenos Aires een workshop voor soortidentificatie afgerond en in slechts twee weken 57 gloednieuwe mariene soorten en 5 nieuwe geslachten bevestigd, afkomstig uit monsters die uit de Mar del Plata-canyon zijn opgehaald. Dat is een absurde hoeveelheid leven die nog nooit iemand een naam had gegeven.
Wat me vooral raakt, is hoe snel ze het deden. Ze brachten zo'n twintig taxonomen uit Latijns-Amerika en Europa bijeen, gaven hun specimens die in augustus 2025 door het onderzoeksschip Falkor (too) waren verzameld, en lieten hen het materiaal doorwerken met Ocean Census NOVA, een open platform om nieuwe soorten vast te leggen. Ze vonden twintig nieuwe roeipootkreeftjes, tweeëntwintig stekelhuidigen zoals zeekomkommers, veertien koralen en een graafpotig weekdier.
De ster van de show is "Loki", een diepzeezeekomkommer met kleine hoornvormige aanhangsels waardoor iedereen aan de Noorse god moest denken. Hij werd levend gefilmd op de zeebodem op zo'n 2.577 meter diepte, het soort beelden dat je eraan herinnert hoe vreemd onze eigen planeet nog steeds is.
Eerlijk gezegd is dit waarom ik diepzeenieuws blijf volgen. Dezelfde expeditie die een feloranje zeester veranderde in een viraal "Patrick Star"-moment, levert ons nu complete nieuwe soorten op. Wil je er zelf in duiken, dan staan de open data op oceancensus.org — de onderzoekers stellen alles gratis beschikbaar.
Bron: Schmidt Ocean Institute
Een klein nieuwtje van Ifremer heeft me de laatste tijd blij gemaakt. Twee prototypes van de Argo Deep-6000-drijvers hebben hun eerste autonome duiken op open zee gemaakt, ten noorden van de Antillen. Sinds 11 januari heeft elk ervan al vijf volledige cycli tot 6000 meter diepte afgerond.
Wat me interesseert, is het waarom. Ongeveer 10% van de totale opwarming van de oceaan vindt plaats onder de 2000 meter, en de gegevens wijzen erop dat er onder de 4000 meter in de Zuidelijke Oceaan een duidelijk opwarmingssignaal bestaat, dat zich vervolgens naar het noorden verspreidt. Tot nu toe kwamen de meeste drijvers niet zo diep. Deze instrumenten meten zoutgehalte, temperatuur, zuurstof en druk bijna in realtime en sturen hun gegevens via satelliet door.
Technisch is het best slim: de romp is van composietmateriaal in plaats van titanium, en het apparaat weegt 40 kg, tegenover 20 kg voor een gewone drijver. Elke cyclus duurt tien dagen en het ontwerp is gericht op zeven jaar dienst. De prototypes zijn in Plouzané ontworpen samen met het bedrijf nke Instrumentation, dat de elektronica en software ontwikkelde.
Frankrijk wordt zo, na de Verenigde Staten en China, het derde land dat Argo-profielmeters kan ontwerpen die deze diepten bereiken. Het uitgesproken doel is om tegen 2028 dertig drijvers van 6000 meter in te zetten, vooral in de Noord-Atlantische Oceaan. Het Argo-programma, in 2000 gestart, telt ongeveer 4000 drijvers, waarvan bijna 1250 onder de 2000 meter kunnen zakken.
Ik vind het ontroerend dat de diepzee niet wordt verkend met een grote, spectaculaire onderzeeboot, maar met een klein, geduldig apparaat dat jaren lang elke tien dagen omhoog en omlaag gaat. Het is een stille vorm van onderzoek, maar het zal ons uiteindelijk echt vertellen hoe de oceaan verandert.
Bron: Ifremer / ANR
Af en toe blijf ik voor het scherm hangen bij een nieuwe James Webb-foto, en deze keer was het NGC 7129, een sterrenkwekerij op ongeveer 3300 lichtjaar van de Aarde. De telescoop, gevoelig voor infrarood, kan voorbij het stof kijken. Het gebied was al eerder waargenomen door Spitzer, die inmiddels is uitgediend, maar met een veel lagere resolutie.
In het midden staat LkHα 234, een ster in de fase vóór de hoofdreeks met een massa van 5 tot 8 keer die van de Zon: de zwaarste en meest volgroeide ster in het hele gebied. Links opent zich een gouden holte van ongeveer 3,5 lichtjaar, uitgesleten door stromen materie die de ster in een eerdere fase heeft uitgestoten. De kleur heeft een precieze betekenis: warme atomaire waterstof verschijnt goudkleurig, koudere moleculaire waterstof rood.
In de holte bevinden zich andere sterren vóór de hoofdreeks, wier sterrenwinden kleinere schokbogen en holtes uitsleuten. Aan de randen, waar waterstofmoleculen uiteenvallen in atomen, ontstaat een fotodissociatiegebied. Aan de rechterkant zitten jongere protosterren in dichte, klonterige materie gehuld, en hun oververhitte stralen veroorzaken schokgolven die soms over elkaar heen lopen.
Linksboven zit het detail dat me het meest aansprak: een protoster met een donutvormige schijf werpt een schaduw op een blauwe nevel, een structuur die lijkt op de zogenoemde Vleermuisschaduw die Hubble al eerder vastlegde.
Wat ik fascinerend vind, is dat je op één opname meerdere generaties sterren kunt aflezen, van de meest volgroeide tot de pasgeborenen die nog in het stof verborgen zitten. Het beeld is van NASA, ESA, CSA en STScI, met bewerking door Alyssa Pagan.
Bron: Media INAF
Ik las een bericht dat me echt heeft gegrepen: sterrenkundigen hebben voor het eerst gezien hoe een rode dwerg een object opslokt dat om hem heen draaide. Het systeem is ZTF J0440+2325, waar een bruine dwerg om een rode dwerg draait. Het werk is gepubliceerd in Nature Astronomy.
De cijfers zijn indrukwekkend. De bruine dwerg maakt in 86,65 minuten één omloop. Ter vergelijking: Mercurius, de planeet die het dichtst bij de Zon staat, doet er 88 dagen over. Waarnemingen in vijf golflengtebereiken onthulden op de rode dwerg een heldere, hete vlek met een temperatuur van vijf tot negen duizend graden.
De afstand tot het systeem wordt geschat op 326 lichtjaar, met 489 als bovengrens. Dat bepaalt mede de grootte van de vlek: ongeveer 6700 kilometer in het eerste geval en rond de 10.000 in het tweede. De enige verklaring die de onderzoekers vonden en die overeenkomt met de waarnemingen, is dat materie van de bruine dwerg op de rode dwerg valt.
De auteurs vinden dit het eerste waargenomen geval van zo'n materiaaloverdracht. Ik vond vooral het idee mooi dat dit proces miljarden jaren kan duren, als een langzame "uitwendige spijsvertering" en niet als een dramatische explosie. Het heelal is niet altijd spectaculair; soms is het gewoon heel geduldig.
Op dezelfde dag verscheen in hetzelfde tijdschrift een ander artikel, over de witte dwerg HS 0209+0832, waarnaar een reuzenplaneet is gevormd uit het puin van eerdere planeten. Ik kom daar apart nog op terug.
Bron: Naked Science
Dit bericht uit de diepzee maakte me meteen nieuwsgierig. Onderzoekers van het Schmidt Ocean Institute ontdekten tijdens een expeditie voor de kust van Argentinië 57 nieuwe mariene soorten. Daaronder zijn vijf nieuwe wetenschappelijke geslachten, uit groepen als koralen, zeekomkommers en kreeftachtigen.
De vondsten komen uit de Mar del Plata-canyon, een onderwaterdal voor de Argentijnse kust. Er werd gewerkt op ongeveer 2.500 meter diepte, waar geen zonlicht meer komt en je alleen met robots en camera's iets kunt zien.
Één vondst heeft veel aandacht gekregen: de zeekomkommer „Loki”. De naam is natuurlijk een beetje een grapje, en precies dat vind ik leuk aan onderzoek. Achter zo'n naam zit jarenlang serieus werk, maar de mensen in het lab mogen onderweg ook best even glimlachen.
Wat ik zo spannend vind: het gaat niet om een verre planeet, maar om een plek op aarde waar je tijdens één expeditie tientallen tot nu toe onbekende levende wezens vindt. Het laat zien hoeveel we nog niet weten over onze eigen oceaan.
Ik blijf de berichten over deze expeditie volgen en vul dit stuk aan zodra er meer bekend is over de afzonderlijke soorten.
Bron: ZDFheute
Een van de meest interessante berichten deze week: NASA zoekt niet alleen naar wetenschappelijke antwoorden op de maan, maar ook naar een schuilplaats.
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie heeft een project genaamd GIMLI geselecteerd, dat deel uitmaakt van het PRISM-programma, om een krater genaamd "Marius Hills Pit" te bestuderen. De Japanse sonde "Kaguya" observeerde deze krater in 2009, en sindsdien vermoeden wetenschappers dat het een ingang kan zijn naar een oude lavabuis die zich onder het oppervlak uitstrekt, veel verder dan de krater zelf.
Het plan is dat het team direct op het oppervlak van de maan zal werken met drie instrumenten die elkaar aanvullen: een grondpenetrerende radar, seismische sensoren en een gravimeter, om te bepalen of de buis daadwerkelijk bestaat en hoe groot deze is. Het project wordt geleid door het Planetary Science Institute (PSI) in samenwerking met de Noorse ruimtevaartorganisatie. Het bedrijf Honeybee Robotics is verantwoordelijk voor de levering van de apparatuur, en de instrumenten zullen naar de maan worden vervoerd via het commerciële CLPS-programma, met behulp van een lander en een rover.
Wat hier aantrekkelijk is, is het praktische aspect. Een natuurlijke grot zoals deze kan astronauten beschermen tegen extreme temperaturen, straling en kleine meteorieten. Zoals Gareth Morgan, de adjunct-hoofdonderzoeker, uitlegt, komen lavabuisen veel voor in basaltische vulkanen op aarde, dus het vinden ervan op de maan stelt ons in staat om de geschiedenis van de maan te begrijpen, op basis van wat we weten over onze aardse grotten.
Het definitieve antwoord hangt nog af van de gegevens die GIMLI zal verzamelen, maar de vraag zelf is intrigerend: zullen maanholen een essentieel onderdeel worden van elk toekomstig plan voor een permanente nederzetting op de maan?
Details over de drie instrumenten die NASA heeft geselecteerd, zijn te vinden in de officiële verklaring:
https://www.nasa.gov/news-release/nasa-adds-new-science-investigation…
Bron: World Press Arabic.
Afbeelding: NASA · Public Domain
Een recent bericht over de expeditie van het onderzoeksschip van het Schmidt Ocean Institute heeft me aan het denken gezet. Op 13 juni vond het team op ongeveer 3.000 meter diepte in de Atlantische Oceaan een shirt, ongeveer 1.700 km van de Braziliaanse kust.
Het doel van de reis was het bestuderen van breukzones langs de Mid-Atlantische Rug, een van de meest afgelegen omgevingen op aarde. De wetenschappers hoopten een onontgonnen omgeving aan te treffen, maar kwamen in plaats daarvan menselijk afval tegen. Het afval werd opgehaald met een ROV, een op afstand bestuurd voertuig, en de expeditie gebruikte ook een AUV, een autonoom onderwatervoertuig.
Onderzoeker Ronaldo Christofoletti van de Unifesp, die aan boord was, vertelde dat ze „een shirt en een drankblikje” vonden op een plek die misschien een van de laatste onaangeroerde delen van de planeet is. Voor mij vat die zin alles samen.
Ik zie de diepzee graag als het laatste echt wilde gebied. Weten dat de sporen van onze aanwezigheid zelfs zo ver van elke kust al zijn doorgedrongen, is een ongemakkelijke herinnering. Tegelijk ben ik blij dat er expedities zijn die daar kunnen komen en ons dat met beelden laten zien, in plaats van het bij vermoedens te laten.
Bron: CNN Brasil
Een onderzoeksgroep met onder meer JAXA heeft bekendgemaakt dat het voor het eerst ter wereld is gelukt om laagenergetische gammastraling uit het centrum van de Melkweg direct in beeld te brengen, volgens hetzelfde principe als een optische telescoop. Bij het lezen vond ik het zo'n verhaal dat onopvallend lijkt maar eigenlijk heel indrukwekkend is, dus ik deel het hier.
Het gaat om gammastraling van 150 tot 600 keV, dus met een energie onder 1 MeV. Voor dit bereik bestond geen nauwkeurige beeldvormingsmethode en is de achtergrondruis groot, waardoor het een onontgonnen gebied was dat de ‘MeV-kloof’ wordt genoemd. Tot nu toe moest men naar verluidt vertrouwen op indirecte methoden, waarbij de ruis van de hele hemel en het zwakke signaal worden gemodelleerd om tot een schatting te komen.
Er werd gebruikgemaakt van een ‘elektronsporende comptoncamera (ETCC)’, die zelfs de banen van elektronen kan volgen. Door de gegevens van ongeveer een dag waarnemen met het stratosferische ballonexperiment ‘SMILE-2+’, in 2018 gelanceerd vanuit Centraal-Australië, te analyseren, legde het team een significant signaal uit de richting van het galactisch centrum vast als beeld. De uitleg dat bij een gewone comptoncamera zelfs een puntbron uitwaaiert tot een ring, terwijl die bij de ETCC in één punt samenkomt, vond ik heel duidelijk.
De gemeten gammastraling van positronannihilatie komt binnen de foutmarges overeen met eerdere waarnemingen, maar is ongeveer 2 keer zo sterk. Nu steviger vaststaat dat de straling enkele malen sterker is dan de theoretische waarde, hoopt men ook onbekende oorsprongen te kunnen toetsen, zoals donkere materie of primordiale zwarte gaten. De resultaten verschenen in augustus 2026 in een tijdschrift van de American Physical Society en werden naar verluidt ook uitgelicht in een Research Highlight van Nature.
Het volgende, gevoeligere experiment ‘SMILE-3’ wordt ook voorbereid als kandidaat voor het ballonexperiment in Australië dat voor 2028 gepland staat. De formulering ‘van wetenschap die afleidt naar wetenschap die ziet’ is me erg bijgebleven.
Bron: JAXA (Japans Agentschap voor Lucht- en Ruimtevaartonderzoek)
Ik vind het geweldig als een sterrenkundig verhaal aansluit bij kronieken van bijna duizend jaar geleden. In het jaar 1181 noteerden waarnemers in China en Japan de verschijning van een "nieuwe ster" die maandenlang zichtbaar bleef. Tegenwoordig denkt men dat die gloed de supernova was die de nevel Pa 30 achterliet, en er is nu de scherpste opname van gemaakt die we tot nu toe hebben.
De waarnemingen zijn gedaan met de Gemini North-telescoop op Hawaï en laten ongeveer tien keer meer structuur zien dan eerdere opnames. Die lange filamenten waardoor de nevel op vuurwerk of een paardenbloem lijkt, blijken in werkelijkheid ketens van gasknopen te zijn, als de kralen van een ketting.
Elke "parel" heeft een diameter van ongeveer vier lichtdagen. Wat het team het meest verraste, is hoe gelijkmatig ze zijn en hoe ordelijk ze langs de filamenten liggen, terwijl men iets veel chaotischers verwachtte. Het onderzoek is gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
En er is nog een detail dat ik fascinerend vind: in het centrum van Pa 30 overleeft een "zombiester". Een deel van de witte dwerg heeft de explosie doorstaan, iets wat typisch is voor de zeldzame supernova's van type Iax. Het bestuderen van deze knopen zou kunnen helpen reconstrueren hoe die explosie verliep die onze voorouders zagen.
Bron: WIRED en Español
Tijdens de vakantie rond de Nationale Feestdag zag ik een bericht waar ik behoorlijk enthousiast van werd: het oceaanboorschip ‘Mengxiang’ heeft zijn proefboorexpeditie van 30 dagen in de Zuid-Chinese Zee afgerond en is teruggekeerd in Guangzhou. Volgens de China Geological Survey zijn deze keer in een gebied van de Zuid-Chinese Zee met ongeveer 4100 meter waterdiepte twee putten geboord en gekernd, en zijn met succes basaltmonsters uit het oceaanbekken van de Zuid-Chinese Zee binnengehaald.
Een paar cijfers heb ik bewust genoteerd: de maximale einddiepte van deze expeditie was 4929,17 meter en de maximale boorlengte 864,77 meter, een nieuw record voor de operationele waterdiepte bij door China zelfstandig uitgevoerde boringen. Met een zelf ontwikkelde roterende kernboor haalde het team een basaltkern van 4,27 meter lang naar boven.
Volgens het bericht is China daarmee na de Verenigde Staten en Japan het derde land dat met een boorschip monsters van hard gesteente uit diepe oceaanbekkens heeft verkregen. Het vermogen om in de diepzee kernen te boren is opgeschaald naar het 5000-meterniveau, en bij meerdere boorrondes lag het kernrendement boven de 100%.
Wat mij betreft is het interessantste aan deze kernen dat ze materiaal uit de eerste hand kunnen leveren voor onderzoek naar hoe de Zuid-Chinese Zee is opengegaan en zich heeft ontwikkeld; tegelijk laten ze zien dat de belangrijkste in eigen land gebouwde booruitrusting de proef onder ultradiepwateromstandigheden heeft doorstaan. Ik kijk uit naar de verdere wetenschappelijke resultaten.
Bron: People's Daily Online (overzeese editie van People's Daily)
De ruimtetelescoop voor ver-infrarood die ik al lang met interesse volg, komt eindelijk van de grond. NASA heeft op 23 september de telescoop van de volgende generatie 'PRIMA' gekozen als eerste missie in de nieuwe categorie 'Probe Explorers'. Het besluit viel na een vergelijking met de röntgentelescoop 'AXIS', en het doel is een lancering in 2033, gevolgd door vijf jaar waarnemingen. Het kostenplafond van het project bedraagt 1,2 miljard dollar (exclusief lanceerkosten).
Wat ver-infrarood zo interessant maakt, is dat je ermee door de in stof gehulde gebieden kunt kijken waar sterren en planeten ontstaan. PRIMA gaat onderzoeken hoe planeten ontstaan en hoe sterrenstelsels en superzware zwarte gaten zijn gegroeid. Daarnaast meet de telescoop de verhouding tussen deuterium en waterstof (D/H-verhouding) in het water van kometen, om dichter bij een antwoord te komen op de vraag 'waar komt het water op aarde vandaan?'. Hoe vaak ik die vraag ook hoor, ik word er altijd weer enthousiast van.
De telescoop heeft een spiegel van 1,8 m. Om te voorkomen dat zijn eigen warmte ruis veroorzaakt, wordt hij gekoeld tot ongeveer 4,5 K, en hij krijgt de spectrometer 'FIRESS' en het beeldvormings- en polarimetrie-instrument 'PRIMAger' aan boord. Hij vult precies het golflengtegebied tussen JWST en ALMA op, en 75% van de waarneemtijd staat open voor voorstellen van onderzoekers wereldwijd.
Vanuit Japan zal JAXA naar verwachting deelnemen als internationale partnerorganisatie. Er wordt gekeken naar het leveren van warmte-isolatietechnologie die werd ontwikkeld voor de infraroodtelescoop 'SPICA', die vroeger werd overwogen, en naar ondersteuning bij de ontvangst van data via het grondstation voor verre-ruimteonderzoek in Misasa. Dat de technologie van SPICA op deze manier toch tot leven komt, raakt me eerlijk gezegd wel een beetje.
Bron: TECH+ (Mynavi News)
Hier moest ik om glimlachen: één enkele workshop van twee weken in Buenos Aires maakte van een stapel diepzeemonsters 57 soorten en vijf geslachten die nog niemand eerder had beschreven.
In juli kwamen twintig taxonomen en beginnende onderzoekers uit Latijns-Amerika en Europa samen aan de Universidad Maimónides. De workshop werd georganiseerd door de Nippon Foundation-Nekton Ocean Census samen met het Schmidt Ocean Institute, CONICET en het Argentijnse natuurwetenschappelijk museum. Het meeste materiaal kwam van de expeditie van het Schmidt Ocean Institute in 2025 naar de Mar del Plata-kloof, waar de ROV SuBastian vanaf het onderzoeksschip Falkor (too) dieren verzamelde, aangevuld met enkele oudere monsters van CONICET.
De telling ziet er zo uit: 20 roeipootkreeftjes, 22 stekelhuidigen (zeekomkommers en zeelelies), 14 neteldieren zoals octokoralen, zeeveren en steenkoralen, en één olifantstandje (een weekdier).
Mijn favoriet is een gehoornde zeekomkommer uit het geslacht Peniagone, met de bijnaam „Loki”, gevonden op 2.577 meter diepte. Het is een van de mogelijk tien nieuwe zeekomkommers uit de vangst. En het detail dat me echt is bijgebleven: tot nu toe is pas ongeveer 10% van de roeipootkreeftmonsters bekeken, en elk daarvan bleek nieuw te zijn.
Sommige koralen zouden zelfs nieuwe geslachten of een nieuwe familie kunnen zijn zodra het genetische onderzoek klaar is. De specimens blijven in de nationale collecties van Argentinië, en de bevestigde soorten komen in de open database van de Ocean Census. Eerlijk gezegd is het een goede herinnering aan hoe weinig van de diepzee we eigenlijk hebben gecatalogiseerd.
Bron: DIVE Magazine