Vogels kijken is die hobby die je altijd bij je kunt hebben — in de tuin, in het bos of aan zee. Het beste advies dat ik kreeg toen ik begon, was om in januari te starten, wanneer het aantal soorten in het land beperkt is en de vogels die je vaak ziet het makkelijkst te leren zijn. Een voederplek in de winter is goud waard: dan komen de vogels naar jou.
Qua uitrusting heb je niet veel nodig. Schaf een goede vogelgids aan — «Fågelguiden» is de standaard, maar als beginner kan een eenvoudiger boek over de meest voorkomende soorten minder overweldigend zijn. Een verrekijker maakt alles leuker; begin gerust met lenen of tweedehands kopen. Een vogelapp op je telefoon is ook een handig alternatief.
Wat mij het meest hielp, was denken in waarschijnlijkheden: zie je midden in de winter een «kleine mantelmeeuw», dan is het waarschijnlijker een grote mantelmeeuw, en een groepje «azuurmezen» bij de voederplek zijn bijna altijd staartmezen. Leer eerst de gewone soorten uit te sluiten. En vooral — wees bescheiden en verstoor de vogels niet, zeker niet tijdens het broedseizoen.
Waarnemingen doorgeven aan Artportalen is leuk én nuttig: je waarnemingen dragen bij aan de kennis over de Zweedse vogelfauna, en je krijgt er een velddagboek bij om later in terug te bladeren. Met andere vogelaars op pad gaan via een lokale vereniging levert waarschijnlijk nog het allermeest op.
Mijn tip is om niet te jagen op resultaten. Leer één zang tegelijk, geniet van de ochtendschemering, en ineens merk je dat je meer soorten hoort en herkent dan je voor mogelijk had gehouden.
Bron: Natursidan
Soms komt er goed nieuws uit de natuurbescherming, en dit nieuws vind ik bijzonder mooi. BirdLife Sverige meldt dat dit jaar minstens elf zuidelijke bonte strandlopers die binnen het Project zuidelijke bonte strandloper zijn grootgebracht, naar Öland zijn teruggekeerd, en zes ervan probeerden te broeden.
Het project wordt uitgevoerd door Nordens Ark en BirdLife Sverige, met steun van Postkodlotteriet, en begon in 2023. Toen waren er naar schatting nog maar zo'n 40 broedparen in Zweden, een fractie van wat er honderd jaar geleden was. De methode is om nesten en eieren op te sporen, de eieren uit te broeden in een opfokstation waar de kuikens tegen roofdieren beschermd zijn, en ze op de natte weilanden van Öland los te laten zodra ze kunnen vliegen. Daarna leven ze als wilde vogels en overwinteren ze in Noord- en Noordwest-Afrika. Individuele kleurringen maken het mogelijk ze bij terugkomst te herkennen.
Dit jaar zijn 24 vliegvlugge jongen losgelaten op de natte weilanden van zuidelijk Öland. Sommige zijn vermoedelijk ten prooi gevallen aan roofdieren, waarschijnlijk nertsen. De lente was droog en veel waterplassen verdwenen vroeg, en de predatie op eieren was hoog, maar later kwam er meer regen en verbeterden de omstandigheden. Verschillende teruggekeerde vogels hebben zelf gebroed en eieren gelegd, en sommige zijn door het project opgevangen, waardoor een nieuwe generatie is ontstaan.
Eleonor Karlsson, projectleider bij BirdLife Sverige, herinnert eraan dat de eerste trek van trekvogels het meest riskant is en dat elk individu erg waardevol is. Emma Nygren, natuurbeschermingsmanager bij Nordens Ark, denkt dat het werkelijke aantal terugkeerders hoger is dan elf, omdat de soort lastig te inventariseren is en niet alle natte weilanden konden worden bezocht.
Als vogelliefhebber vind ik de kleurringen het mooiste aan dit verhaal: je kunt individuele vogels volgen van ei tot terugkomst. Dat geeft hoop voor een soort die anders gemakkelijk zou kunnen verdwijnen.
Bron: BirdLife Sverige
Burung Indonesia heeft een artikel gepubliceerd voor de Wereldrivierendag, en als vogelliefhebber vind ik dat rivieren vaak worden vergeten. De Wereldrivierendag wordt gevierd op de vierde zondag van september. Hij begon in 2005, toen de VN het Decennium Water voor het Leven lanceerde. Het idee kwam van rivieractivist Mark Angelo.
Het artikel introduceert enkele vogels die langs rivieren leven. De halsbandijsvogel (Todiramphus chloris) staat op de IUCN-lijst 2026 als Niet Bedreigd en jaagt op vis en kleine dieren door van takken te duiken. De Javaanse ralreiger (Ardeola speciosa), ongeveer 46 cm hoog, wacht op de oevers op prooi. De andere twee zijn veel zorgwekkender. De witschouderibis (Pseudibis davisoni) is ernstig bedreigd en komt wereldwijd nog maar voor in Laos, Cambodja en Indonesië, waar hij is waargenomen in de Mahakamrivier in Oost-Kalimantan. De blauwoorijsvogel (Alcedo euryzona), endemisch op Java, is eveneens ernstig bedreigd en is afhankelijk van rivieren in bosgebieden.
Het triestst is de Javaanse kievit (Vanellus macropterus), een endemische soort van Java die als ernstig bedreigd geldt en waarschijnlijk is uitgestorven. Sinds 1930-1940 is er geen bevestigde waarneming meer, en onderzoeken van 2001 tot 2012 vonden hem niet.
De cijfers over waterkwaliteit hebben me sprakeloos gemaakt. De monitoring in het eerste halfjaar van 2025 besloeg 4.482 locaties in 1.482 rivieren. Van die locaties was 70,7 procent vervuild en voldeed slechts 29,3 procent aan de kwaliteitsnormen. In DKI Jakarta, de Riau-eilanden en Zuid-Papoea was elk gemeten punt vervuild.
De aanbevelingen zijn eenvoudig: geen afval in rivieren gooien, wegwerpplastic verminderen, de oeverbegroeiing behouden en het omliggende leefgebied niet beschadigen. Het slotcitaat vind ik ook treffend: een gezonde rivier is niet alleen water dat stroomt.
Bron: Burung Indonesia
Volgens Doğa Derneği heeft BirdLife International het Wereld Vogel Rapport gepresenteerd op de Global Migration Pathways Summit in Kenia. Het rapport verschijnt om de vier jaar en richt zich dit keer voor het eerst op trekvogels en hun trekroutes. Als vogelaar raakt dit onderwerp me direct, dus ik heb de belangrijkste punten genoteerd.
De hoofdconclusie is somber: ongeveer de helft van de trekvogelsoorten gaat achteruit, volgens de kop van Doğa Derneği 45%, en één op de negen soorten dreigt uit te sterven. De laatste waarneming van de dunsnavelwulp (Numenius tenuirostris) dateert van februari 1995, in een lagune in Marokko; de soort werd in 2025 uitgeroepen tot uitgestorven, de eerste wereldwijde vogelsoort die in Eurazië en Afrika in eeuwen is verdwenen. Zeevogels en steltlopers lopen het grootste risico.
Toch heeft het nieuws ook een hoopvolle kant. Wanneer dreigingen zoals invasieve soorten, intensieve landbouw, klimaatverandering en jacht worden aangepakt, komen er resultaten; en wanneer de dreigingen langs de hele trekroute worden aangepakt, kunnen populaties herstellen. Internationaal werk aan de aasgier heeft de achteruitgang van zijn broedpopulatie op de Balkan doen stoppen.
De redacteur van het rapport, dr. Stuart Butchart, noemt trekvogels de "wachters" van ecosystemen en zegt dat natuurbescherming op de schaal van de trekroute moet plaatsvinden. Op de top werd ook de Nairobi-verklaring over trekroutes ondertekend. Serdar Özuslu, algemeen coördinator van Doğa Derneği, benadrukt dat Turkije drie biodiversiteitshotspots herbergt en een cruciale ecologische brug is voor trek tussen Europa en Afrika.
Voor mij is de boodschap van dit rapport eenvoudig: een vogel alleen beschermen waar hij leeft is niet genoeg; we moeten ook denken aan elke stop die hij onderweg maakt. Details staan op sowb.birdlife.org.
Bron: Doğa Derneği
Voor iedereen die in de herfst vogels kijkt, heb ik goed nieuws. OTOP heeft op 29 september een nieuwe versie van de EuroBirdPortal (EBP) aangekondigd, te vinden op eurobirdportal.org/pol/pl. Voor het eerst omvat hij alle vogelsoorten die regelmatig in Europa voorkomen.
Op animatiekaarten die dagelijks worden bijgewerkt, zijn bijna 600 soorten te volgen: 477 die van nature in de EU voorkomen, 32 geïntroduceerde soorten met zelfstandige broedpopulaties en 58 geselecteerde dwaalgasten. Sinds 2010 zijn er 750 miljoen waarnemingen in de database terechtgekomen, waarvan 76 miljoen in 2026. Dagelijks komen gegevens van 21 platforms in de gezamenlijke database, opgebouwd door een netwerk van 52 ornithologische organisaties uit 41 landen.
De Poolse partner is OTOP, dat het portaal ornitho.pl beheert en de belangrijkste eBird-partner in Polen is. De eerste versie van EBP werd in 2015 gemaakt en sinds 2019 draait hij "live" met een dag vertraging. De uitbreiding werd gefinancierd door het EU-programma LIFE, in het project "LIFE EBP Reinforcement".
Een praktisch punt: de kaarten kunnen worden vergeleken met het vorige jaar, naast elkaar worden gezet, op sociale media worden gedeeld en op websites worden ingebed. In de tekst zie je bijvoorbeeld de herfsttrek van kraanvogels dit seizoen en het vorige, wat nu erg actueel is.
Het doet me het meest plezier dat het benadrukt dat achter deze kaarten meer dan 200.000 vrijwilligers uit heel Europa staan, die hun waarnemingen in ornitho en eBird invoeren. Elke melding van een gewone waarnemer draagt echt bij aan dat beeld van de trek, en dat is misschien wel het beste argument om ook gewone soorten te melden.
Bron: OTOP
Er is weer eens écht iets aan de hand in vogelend Nederland: de notenkrakers zijn er. Volgens Vogelbescherming Nederland zijn er op 8 oktober ongeveer 30 gezien, vooral in Drenthe en het noordoosten van het land. Dat vind ik een mooi bericht, want zo'n soort ziet de meeste vogelaars niet elk jaar.
De eerste van 2026 werd op 28 augustus gefotografeerd door Dirk van Doorn bij Waddinxveen, tot zijn eigen verrassing. Op 27 september volgde een waarneming in Westmaas, waarna het aantal snel opliep. Eén vogel bij Gasteren in Drenthe bleef langer hangen en trok tientallen liefhebbers. Er zijn ook veel onzekere meldingen van overvliegende vogels, en de verwachting is dat er in oktober nog meer opduiken.
De notenkraker is een kraaiachtige met een grote snavel, een bruin verenkleed met witte spikkels en een zwart-witte staart. Hij lijkt in de vlucht op een gaai, maar vliegt sneller en strakker. Sommige vogels zijn opvallend tam. De tip uit het artikel is handig: let op hazelaars in tuinen, parken en bossen, want notenkrakers zijn dol op hazelnoten.
Het is een invasiesoort. De grootste invasie was in 1968, toen er vanaf augustus duizenden kwamen en enkele vogels in het voorjaar van 1969 zelfs bleven broeden. Kleinere invasies volgden in 1971, 1977, 1985 en 1991, en de laatste, zeer kleine in 2008. De soort wordt in ons land dus steeds zeldzamer.
De vogels komen waarschijnlijk deels uit Siberië, misschien ook uit Noord-Scandinavië en Finland. Bij een tekort aan zaad van de Siberische den en spar trekt de dunsnavelnotenkraker massaal westwaarts, en in de nazomer van 2026 werden in Finland grote aantallen trekkers gezien. Persoonlijk vind ik het mooi dat zo'n voedselschaarste in Siberië ineens in een Drents bos te zien is.
Bron: Vogelbescherming Nederland
SEO/BirdLife heeft de tweede video van haar serie «Somos Ciencia, Somos Acción» (Wij zijn wetenschap, wij zijn actie) uitgebracht. Die is gewijd aan burgerwetenschap, met de putter, Vogel van het Jaar 2026, als hoofdrolspeler. Ik vind het een goede manier om eraan te herinneren dat wie met een verrekijker vogels gaat kijken, nuttige gegevens kan aanleveren.
De achterliggende vraag is hoe we weten dat vogels verdwijnen. Volgens de organisatie zit het antwoord in duizenden mensen die elk jaar de natuur in gaan, waarnemen, tellen en hun gegevens delen. SEO/BirdLife coördineert meer dan 12 burgerwetenschapsprogramma's, met meer dan 3.000 vrijwilligers die meedoen aan tellingen en andere monitoring. In totaal doen jaarlijks meer dan 18.000 mensen mee aan haar vrijwilligersprogramma's, en er zijn bijna 16 miljoen gegevens verzameld.
Het rapport «El Estado de las Aves de España 2024» (De staat van de vogels in Spanje 2024) schetst een zorgwekkend beeld. De monitoringprogramma's voor gewone vogels, Sacre (lente), Sacin (winter) en Noctua (nachtvogels), laten een wijdverbreide afname zien. In de lente is 43% van de soorten sinds 1998 in aantal afgenomen, en bij de nachtvogels is meer dan de helft in achteruitgang. Tot de getroffen soorten behoren de huismus, de gierzwaluw, de groenling en de putter.
De putter heeft nog een grote populatie, maar lijdt onder illegale vangst voor de handel, onder het houden in kooien en onder de gevolgen van overmatig gebruik van pesticiden en herbiciden. Volgens het Sacre-programma vertoont zijn populatie een gematigde afname van 7,3%. Je hoeft geen professionele wetenschapper te zijn om bij te dragen: wat telt is de regelmaat van de waarnemingen door de jaren heen.
Bron: SEO/BirdLife
Toen ik de resultaten van de telling van 2026 van de zwarte lepelaar zag, die in april werden gepubliceerd door de Taiwanese Vogelvereniging, dacht ik dat dit een zeldzaam goed nieuws was. In Taiwan zijn 4.719 vogels geteld, een nieuw recordaantal, 550 meer dan vorig jaar. Dat is een stijging van 13,2 procent, de grootste jaarlijkse toename van alle overwinteringsgebieden. Het wereldtotaal is 7.746, 11,1 procent meer dan in 2025, en Taiwan herbergt ongeveer 61 procent daarvan. Daarmee is het eiland het belangrijkste overwinteringsgebied van deze soort.
De andere aantallen in de overwinteringsgebieden zijn: China 1.849, Japan 757, Hongkong en de Houhai-baai in Shenzhen 291, Vietnam 72, Zuid-Korea 39, Macau 12 en de Filipijnen 7. Binnen Taiwan telt de stad Tainan met 2.034 nog steeds de meeste vogels, al is het aandeel gedaald. Het district Chiayi, met 1.515 vogels, zag de sterkste stijging, ook een record. De monding van de Zhuoshui-rivier, op de grens van Changhua en Yunlin, telde er 465 en het district Yilan 53, beide boven de eerdere records. Er zijn vogels waargenomen in 15 districten en steden, wat wijst op een bredere verspreiding en op een populatie die naar het noorden uitwaaiert. In november 2025, toen de Vogelvereniging van Tainan de kust van Yunlin tot Kaohsiung afspeurde, waren er al meer dan 5.000 gezien, in lijn met de telling van januari.
Het artikel waarschuwt ook dat goed nieuws geen reden is om achterover te leunen. In 2025 zette de IUCN de soort van Bedreigd (EN) naar Kwetsbaar (VU), maar het geschikte leefgebied houdt geen gelijke tred met de groei van de populatie. Dit jaar leidde een botulismeuitbraak in de wetlands van Yong'an en Qidun in Kaohsiung ertoe dat 45 vogels werden gered, van wie er slechts 14 overleefden en weer in het wild konden worden uitgezet.
Overigens was 21 maart de eerste Internationale Dag van de zwarte lepelaar. Als vogelaar vind ik de betekenis van deze telling dat de aantallen groeien omdat er elk jaar mensen zorgvuldig tellen en er mensen zijn die de wetlands beschermen. Of steeds meer vogels kunnen blijven, hangt ervan af of de bescherming van het leefgebied gelijke tred kan houden.
Bron: Taiwanese Vogelvereniging
Als vogelliefhebber vind ik dit goed nieuws. Nationaal park Phong Nha-Ke Bang heeft 17 nieuwe vogelsoorten vastgelegd, waardoor het totaal in het park op 353 komt. Volgens Tuoi Tre Online doken de nieuwe soorten op in het altijdgroene bos op kalksteenbergen, op aardbergen, langs rivieren en beken, in wetlands en in de overgangszone tussen bos en grasland.
Tegelijkertijd worden twee vogelkijkplekken uitgeprobeerd: één binnen het nationaal park en één in het natuurreservaat Dong Chau - Khe Nuoc Trong. Het doel is ecotoerisme te ontwikkelen. Vicedirecteur Dinh Huy Tri van het beheerscomité zei dat het onderzoeksteam 13 routes heeft onderzocht om gegevens te verzamelen over soortensamenstelling, leefgebieden, verspreiding en de invloed op vogelgemeenschappen. Uit een enquête onder enkele bezoekers bleek dat velen willen proberen aan vogelkijken te doen, vooral naar soorten met felgekleurd verenkleed.
Wat opvalt is de voorzichtige aanpak. Teamlid Tran Xuan Mui benadrukte dat vogelkijken niet hetzelfde is als een gewone excursie: organisatoren moeten het gedrag, de habitat en het moment van voorkomen van elke soort kennen. Vogels op de verkeerde manier lokken kan hun natuurlijke gedrag verstoren, vooral bij endemische en zeldzame soorten zoals chích đá vôi en khướu đá mun.
De criteria voor de keuze van observatiepunten zijn onder meer soortenrijkdom, de kans om vogels te zien, kenmerken van het leefgebied, bereikbaarheid en de mate van menselijke invloed. Het team heeft ook een database en GIS-kaarten van de vogelverspreiding gemaakt. Gebieden met een hoge ecologische waarde worden streng beschermd en alleen geschikte plekken ontvangen bezoekers.
Voor iemand die van vogels houdt, is dit een positief teken: vogelkijktoerisme kan groeien terwijl natuurbehoud op de eerste plaats blijft staan. Ik hoop dat deze plekken in die geest worden beheerd.
Bron: Tuoi Tre Online
Het voelt de laatste dagen alsof de herfst zich doorzet. De pagina Seasonal Front Watch van Bird Research is op 9 oktober 2026 bijgewerkt, en de eerste waarnemingen van de Dauurse roodstaart zijn binnengekomen uit de prefecturen Yamanashi en Chiba. Nieuws over wintergasten maakt duidelijk dat het seizoen echt verandert.
Bij dit onderzoek melden vrijwilligers de dag waarop ze een bepaalde vogel voor het eerst zagen of hoorden. De meldingen worden op een kaart gezet om te laten zien hoe de seizoenen door Japan trekken. Meedoen is volgens de omschrijving makkelijk, ook zonder vogelkijkervaring. De voorjaarsdoelen zijn de eerste waarnemingen van de Boerenzwaluw, Koekoek, Kleine koekoek, Kleine karekiet, Dwerguil, Grauwe vliegenvanger en Bonte vliegenvanger, plus de eerste zang van de Japanse zanger, de Veldleeuwerik en de Japanse brilvogel, en de eerste waarnemingen van jonge Wilde eenden. De herfstdoelen zijn de eerste waarnemingen van de Dauurse roodstaart, de Donkere lijster en de Roek, de luide roep van de Grauwe klauwier, en de eerste waarnemingen van trekkende groepen Bruinoorbulbuls.
De criteria zijn duidelijk: de Japanse zanger moet een helder "ho-ho-kekyo" laten horen; de Veldleeuwerik telt alleen wanneer hij zingt tijdens het vliegen; en de Boerenzwaluw telt niet wanneer hij alleen overvliegt, maar pas wanneer hij nestplaatsgedrag vertoont.
Het verslag van dit jaar meldt dat de luide roep van de Grauwe klauwier is begonnen en dat er op verschillende plaatsen zware regen viel. In het voorjaar werd de Dwerguil eerder dan gebruikelijk geregistreerd, en de Bonte vliegenvanger ook iets vroeg. De eerste zang van de Japanse zanger was op 23 januari in Osaka, en de Veldleeuwerik begon eind januari in Okayama.
Leden kunnen meedoen door in te loggen en de webdienst Seasonal Front Watch te gebruiken binnen de enquête "Vogels in de buurt". Niet-leden kunnen hun waarnemingen sturen via een mailformulier met kaart. Ook worden voorspellingen gepubliceerd voor de eerste zang van de Japanse zanger en de eerste Boerenzwaluw.
Het is prachtig dat geluiden die je op een gewone wandeling hoort, zonder speciale apparatuur, het onderzoek kunnen helpen. Deze herfst wil ik zoeken naar de rode staart van de Dauurse roodstaart.
Bron: Bird Research
Elk jaar kijk ik uit naar de cijfers van EuroBirdwatch, en het overzicht van BirdLife van dit jaar is het lezen waard. Op 3 en 4 oktober deden meer dan 23.000 mensen mee, organiseerden 28 BirdLife-partners 927 evenementen in Europa en Centraal-Azië, en registreerden deelnemers 4,8 miljoen vogels op hun herfsttrekroutes. BirdLife Slowakije verzamelde, analyseerde en publiceerde de gegevens.
De totalen per land zijn indrukwekkend. BirdLife Finland noteerde 1,6 miljoen vogels, BirdLife Zweden 742.877 en MME/BirdLife Hongarije 628.635. De drie meest talrijke soorten waren de Brandgans (750.000), de Spreeuw (515.000) en de Vink (428.000). Hongarije was ook de koploper qua evenementen (176) en deelnemers (3.807), gevolgd door Zwitserland qua deelnemers (3.414) en Griekenland (2.800). Vogelbescherming Nederland organiseerde 150 evenementen, net achter Hongarije.
De bijzondere waarnemingen maken zo'n lijst leuk. Roodkeelpieper, Richards pieper en Olijfrugpieper doken op in België, Denemarken en Nederland, en de Taigazanger in Denemarken, Zwitserland en Malta. Griekenland meldde minstens 73 Kleine Witvoorgans en Aasgieren, Italië had Bonelli's arend en Marmereend, en Scandinavië leverde Pallas' sprinkhaanzanger, Vorstrenner en Zwartkopgors op. Turkije telde 1.128 Schreeuwarenden, terwijl de Iraakse lijst Iraakse Babbelaar, Sisi-patrijs, Grijskopkoet en Dalmatische pelikanen bevatte.
Het artikel noemt ook eerdere edities ter vergelijking: in 2023 meer dan 15.000 deelnemers en 3,52 miljoen vogels, en in 2025 meer dan 27.000 deelnemers. De deelname is dit jaar dus iets lager dan vorig jaar, al is het aantal vogels het hoogste van de genoemde cijfers.
Ik vind het mooi dat zo'n eenvoudige activiteit, erop uitgaan en tellen, uiteindelijk een beeld van de hele trek oplevert. Het herinnert me er ook aan dat de gewone vogels, ganzen, spreeuwen en vinken, de totalen maken.
Bron: BirdLife International