Bushcraft

Fatwood: wat het is en waarom het een van de beste natuurlijke aanmaakmiddelen is

Als ik maar één natuurlijk aanmaakmateriaal zou mogen noemen, zou ik waarschijnlijk voor fatwood kiezen, en Paul Kirtley onderbouwt dat overtuigend. Fatwood is met hars doordrenkt kernhout van bepaalde naaldbomen, vooral dennen. Het ontstaat waar hars zich ophoopt, zoals bij oude stronken, wortels en takvorken, vaak nadat de boom is afgestorven of beschadigd. Het is dicht, goudoranje tot roodbruin, plakkerig als het vers is en sterk naar den ruikend.

Waarom werkt het zo goed? De hars brandt heet en lang en stoot water af, dus fatwood vat vlam ook wanneer ander aanmaakmateriaal nat is. Het is bovendien rotbestendig en goed te bewaren. Alle dennen kunnen het vormen; hij noemt de longleaf-den in het zuidoosten van de VS, de Montezuma-den in Mexico en de grove den door heel Eurazië.

Om het te vinden, kijk je naar de voet van stronken, naar dikke takvorken en naar dode lage takken. Donkerder, rijker hout bij de knoesten is een goed teken; een vers geschaafd spaantje moet sterk naar den ruiken en olieachtig aanvoelen. Om bij de kern te komen, hak je met een bijl in een verweerde stronk of splijt je dode takken.

Om aan te steken, schraap je met een stokje in een rechte hoek fijn stof af dat de vonk van een vuursteen opvangt, snijd je dunne spaanders of maak je een fatwood-veerstok (feather stick). Die brandt volgens hem heter en langer dan een veerstok van zacht hout van gelijke grootte.

Verzamel alleen van dode bomen of gevallen takken, nooit van levend hout. Hij benadrukt ook dat fatwood een reserve is en geen vervanging voor het leren van goede technieken om vuur aan te maken.

Bron: Paul Kirtley

Reacties 0

Plaats de eerste reactie, in elke taal.

Log in om te reageren