De laatste tijd ben ik helemaal weg van de trend van mini-bonsaiterraria. Het is een combinatie van de traditionele bonsaikunst en het moderne terrarium — een ecosysteem in het klein in een glazen pot, mooi en ruimtebesparend. Na een tijdje uitproberen heb ik een paar kernpunten verzameld die ik graag met beginners deel.
Eerst de plantkeuze. Niet elke plant gedijt in een gesloten omgeving. Voor mij is Ficus (minivijgen) de nummer één, want de houtige stam is mooi, de bladeren zijn klein en hij kan goed tegen vocht. De jade plant (jadeplant) zet je alleen in een open terrarium, terwijl waterjasmijn (mai chiếu thủy) juist geschikt is voor een pot met deksel. Vermijd cactussen en vetplanten in een gesloten pot, want die hebben het graag droog.
De ondergrond is ontzettend belangrijk, sla die niet over: onderin een drainagelaag van grind van 3–4 cm, dan actieve kool tegen bacteriën, dan een scheidingsdoek, dan een laag potgrond van 8–12 cm en tot slot een laag mos. De grootste fout van beginners is de drainagelaag weglaten of te veel water geven — een terrarium houdt van nature vocht vast, dus een pot met deksel hoef je maar 1–2 keer per maand water te geven.
Wat de verzorging betreft: ik zet de pot op een plek met indirect licht (een raam op het oosten of noorden is ideaal) en vermijd felle zon door het glas, want door het broeikaseffect verbranden de bladeren snel. Elke week haal ik de deksel er 30–60 minuten af om te luchten en kijk ik of er schimmel of ongedierte is. Regelmatig licht snoeien is beter dan één keer flink snoeien.
Eerlijk gezegd is het leukste niet het eindresultaat, maar zien hoe dat piepkleine tuintje leeft en elke dag verandert.
Bron: InBonsai
Soms koop je een boom vooral om de stam, en deze jeneverbes uit de kwekerij is daar een goed voorbeeld van. Bonsai Empire documenteert zes jaar werk aan een boom die bij aankoop ongeveer 20 jaar oud was en al zo'n tien jaar in de kwekerij had gegroeid om materiaal op te bouwen. Hij kostte rond de 200 USD, een serieuze investering die de auteurs rechtvaardigen door de dikte en beweging van de stam.
De eerste vormgeving was de meest ingrijpende. Eén tak die te dik was geworden, werd verwijderd en vervangen door jongere takken die gemakkelijker buigen, en er werd 30 tot 40 procent van het blad weggehaald omdat de boom gezond was. Daarna werden hangende scheuten opgeruimd, takken van gelijke dikte in paren gezet en van de hoofdtakken richting de punten gedraad, met dunnere draad voor dunne takken.
Bij het verpotten werden de afvoergaten met gaas afgedekt en werden twee lange draden bevestigd om de boom te verankeren. Een deel van de organische kwekerijgrond en enkele oude, donkere wortels werden verwijderd. Het substraat bestond uit akadama, vulkanisch gesteente en puimsteen. De oude grond wordt geleidelijk vervangen, bij meerdere verpottingen, om de wortels niet te stressen.
In de jaren 2 tot en met 4 gebeurde weinig, behalve lichte snoei twee keer per jaar. In jaar 5 volgde een tweede vormgeving met kleine takken en hoeken, en nog een verpotting. Vandaag is de boom bijna klaar, met dichtere bladkussens.
Wat ik het mooiste vind, is het idee dat een bonsai geen vast eindpunt heeft: elk seizoen wordt hij verfijnd. Een opvallend detail is dat de titel van de video het over 26 jaar heeft, wat waarschijnlijk ook de jaren in de kwekerij meetelt.
Bron: Bonsai Empire
Kokedama is een Japanse techniek die tuinieren en handwerk combineert: een bol substraat bedekt met mos, waarin de plant groeit, zonder pot. JardineriaOn publiceert een gids om er thuis een te maken.
Bij de keuze van de plant adviseert het langzaam groeiende soorten, die niet vaak verpot hoeven te worden, en soorten die schaduw of halfschaduw verkiezen, zodat de zon het mos niet verbrandt. Tot de aanbevolen opties behoren varens, vetplanten, orchideeën en bonsai.
De benodigdheden zijn universeel substraat, veen of wormenhumus, akadama (een Japanse vulkanische grond die vocht vasthoudt en vervangen kan worden door geweekte, fijngemaakte dakpannen of stenen van 24 uur), mos zoals veenmos, vislijn of touw, een schaar, een plantenspuit en een grote kom.
Het proces begint met het mengen van substraat en akadama met water tot een compacte massa. Je vormt een bol met een holte in het midden, plaatst de plant met de wortels goed bedekt en wikkelt alles af met mos. Het artikel merkt op dat de bol niet perfect rond hoeft te zijn; die wilde uitstraling hoort juist bij de charme. Ik vind het een toegankelijk project om kennis te maken met de wereld van mos en bonsai.
Bron: JardineriaOn
Terraria zijn in Spanje en in heel Europa een decoratieve en leerzame trend geworden, vooral bij mensen die op zoek zijn naar weinig onderhoud. JardineriaOn bekijkt waarom ze huizen en kantoren veroveren.
Het artikel onderscheidt twee soorten. Open terraria hebben regelmatig water nodig, terwijl gesloten terraria hun eigen water en voedingsstoffen hergebruiken. Voor open terraria raadt het vetplanten en cactussen aan, voor gesloten mossen, varens en fittonia's; ook vleesetende planten komen aan bod.
Om er een te maken, adviseert het een glazen bak te kiezen: met een brede opening voor grote planten, of een afgesloten pot voor een zelfvoorzienend ecosysteem. Daarna komt een drainagelaag van steentjes of grind, actieve kool om het water te filteren en geurtjes te voorkomen, en een geschikt substraat. Plaats het uit de directe zon, die het glas kan oververhitten, en geef er mondjesmaat water: gesloten bijna nooit, open elke één of twee weken.
Als voordelen noemt het het educatieve gebruik op scholen om natuurlijke kringlopen en fotosynthese uit te leggen, en het therapeutische effect van contact met planten, met workshops voor ouderen. Ik vind het idee van een kleine wereld onder glas die geduld en observatie leert wel aantrekkelijk.
Bron: JardineriaOn
Jonas Dupuich van Bonsai Tonight deelt een eerlijke update over een Cryptomeria die jarenlang grotendeels aan zijn lot was overgelaten. De vorige update dateerde uit 2020, toen de boom voor het eerst werd gedraad; daarna groeide hij grotendeels zonder toezicht.
In oktober 2023, tijdens het schrijven van Essential Bonsai Book, gebruikte hij de boom als casestudy. Eén snoei- en draadsessie bracht hem er goed weer bovenop, omdat de basisstructuur er al stond. In de drie jaren daarna werd hij echter weer warrig. Hij had de takken in de vorige stijl lang gelaten om niet in één keer te veel weg te snoeien, en in juli 2026 was duidelijk dat de silhouet een flinke snoeibeurt nodig had.
De vrijwilligers Nicole en Gianne deden het grootste deel van het snoeiwerk. De boom werd van vier kanten gefotografeerd om de stamvorm en de takdiepte te beoordelen, en drie grote takken werden verwijderd, één links en twee rechts. Daarna werd de boom gedraad, waarbij takken werden behouden om de zijkanten en de achterkant op te vullen, zodat de vorm vanuit elke hoek klopt.
De conclusie: een Cryptomeria heeft idealiter één of twee snoeibeurten per jaar nodig, afhankelijk van de groei. Regelmatig onderhoud is eenvoudig maar saai, en consequent werk loont uiteindelijk. Ik waardeerde de openhartige toon over verwaarlozing, iets waar veel van ons zich in kunnen herkennen.
Bron: Bonsai Tonight
Soms koop je een boom vooral om de stam, en deze jeneverbes is daar een voorbeeld van. Bonsai Empire volgde de boom zes jaar lang. Bij aankoop was hij zo'n 20 jaar oud en had hij al ongeveer tien jaar in de kwekerij gegroeid als materiaal. Hij kostte rond de 200 USD, een serieuze investering die de auteurs rechtvaardigen met de stevige stam en de mooie beweging.
In het eerste jaar werd een tak die te dik was geworden verwijderd en vervangen door jongere, nog buigzame takken. Omdat de boom gezond was, ging er ongeveer 30 tot 40 procent van het blad af. Hangende scheuten werden weggehaald, paren takken van gelijke dikte werden uitgekozen en omhoog gedraad vanaf de hoofdtakken, met dunnere draad voor dunnere takken.
Bij het verpotten werden de afvoergaten met gaas afgedekt en werd de boom met twee lange draden verankerd. Oude, donkere wortels zijn verwijderd, en het nieuwe substraat bestond uit akadama, lavasteen en pumice. De oude organische kwekerijgrond wordt pas geleidelijk vervangen, bij latere verpottingen.
In de jaren twee tot en met vier was er weinig te doen, behalve onderhoudssnoei twee keer per jaar. In jaar vijf volgden fijn werk aan de vertakking, opnieuw draden en een tweede verpotting. In jaar zes ziet de boom er bijna klaar uit.
Wat ik het mooiste vind, is het idee dat een bonsai nooit echt af is. Opvallend is overigens dat de titel van de video van 26 jaar spreekt, vermoedelijk inclusief de jaren in de kwekerij.
Bron: Bonsai Empire
Soms koop je een boom vooral voor de stam, en dat is precies wat hier gebeurde. Bonsai Empire volgde een jeneverbes van ongeveer 20 jaar oud, met zo'n tien jaar voorbereidende groei in de kwekerij. De boom kostte rond de 200 USD. De makers noemen dat een flinke investering, maar vinden de dikke stam met mooie beweging het waard.
Bij de eerste styling werd een te dikke tak verwijderd en vervangen door jongere takken die nog goed te buigen zijn. Omdat de boom gezond was, ging er ongeveer 30 tot 40 procent van het blad af. Daarna werden hangende scheuten en naar beneden groeiende takjes weggehaald, takken van gelijke dikte in paren bedraad en werd er van de hoofdtakken naar boven gewerkt, met dunnere draad voor dunnere takken.
Ook de pot kreeg aandacht: drainagegaten met gaas afgedekt en twee lange draden om de boom stevig te verankeren. Oude, donkere wortels gingen eruit en de nieuwe grond bestond uit akadama, lavagesteen en puimsteen. De oude organische grond verdwijnt stap voor stap bij volgende verpottingen, om stress te beperken.
In jaar 2 tot 4 gebeurde er weinig, behalve tweemaal per jaar onderhoudssnoei. In jaar 5 volgden verfijning van de vertakking, opnieuw draden en een tweede verpotting. In jaar 6 ziet de boom er bijna klaar uit.
Wat ik persoonlijk mooi vind, is de boodschap dat een bonsai nooit echt af is. De titel van de video noemt overigens 26 jaar, vermoedelijk inclusief de jaren in de kwekerij.
Bron: Bonsai Empire
Goedkope kwekerijplanten zijn voor de meeste van ons het begin, daarom viel dit beginnersproject met een spar me op. Bonsai Empire nam een vijfjarige Picea abies uit een plaatselijk tuincentrum, die ongeveer 15 USD kostte, en volgde hem ongeveer vier jaar, tot hij eruitzag als een echte bonsai.
De eerste stap was het verpotten. De boom stond in arme, vooral organische grond, dus kwam hij in een mengsel van akadama, lavasteen en pumice. Bewust koos men een ronde pot, zodat de voorkant van de boom later kon worden bepaald, en de boom is nog niet gevormd. Ik vind die geduld mooi: de boom krijgt tijd om te wennen voordat iemand begint te snoeien.
Zo'n zes maanden later volgde de eerste vormgeving, met snoeien en draadwerk, waarbij veel takken bewaard bleven om opties open te houden. Een jaar later werden de takken opnieuw gesnoeid en fijn bedraad, zodat er toen al ongeveer twee jaar werk in zat. Daarna mocht de boom ongeveer twee jaar gewoon groeien, terwijl de wortels de pot vulden en de takken dikker en vertakter werden.
Bij het tweede verpotten werd oude grond verwijderd, werden de wortels bijgesneden en ging de boom in nieuw substraat en in een pot die bij het eindontwerp past. De makers zeggen dat een beetje werk per sessie, in plaats van één grote ingreep, het project vooruit hielp en de boom sneller deed ontwikkelen.
Ik vind dat persoonlijk geruststellend. Je hebt geen dure voorbonsai nodig om te beginnen, en de spar is een soort die veel beginners over het hoofd zien. De les gaat vooral over terughoudendheid en timing.
Bron: Bonsai Empire
Bonsailiefhebbers aan de Côte d'Azur kunnen deze afspraak alvast in hun agenda zetten. De vereniging Art Bonsaï Club organiseert op zaterdag 24 en zondag 25 oktober 2026 een regionale tentoonstelling in Saint-Jean-Cap-Ferrat.
Het evenement vindt plaats in de Espaces Les Néréides et Neptune in Saint-Jean-Cap-Ferrat. De toegang is gratis, dus het is een goede kans om deze kunst vrijblijvend te ontdekken, of je nu nieuwsgierig bent of al verliefd op het onderwerp.
Het programma omvat tentoonstellingen, een wedstrijd, verkoop, demonstraties en lezingen. De ereggast is Jean-Pierre Cardinal. De precieze openingstijden staan niet op de evenementenpagina, die bovendien zegt dat ze niet gegarandeerd zijn. Het is dus verstandig om vooraf contact op te nemen met de vereniging.
Ik hou persoonlijk van dit soort regionale shows: je ziet van dichtbij bomen die al decennia worden gevormd, en bij de demonstraties zie je hoe een gewone struik langzaam vorm krijgt. Het is ook een mooie gelegenheid om met de plaatselijke liefhebbers te praten.
Bron: Côte d'Azur France
Het Wereldbonsaicongres is een van de zeldzame evenementen waar de bonsaiwereld op werkelijk internationale schaal samenkomt. Voor de tiende editie, gehouden in Kuala Lumpur, reisde Bonsai Empire naar Maleisië en kwam terug met een verslag over een tentoonstelling die anders is dan wat we meestal in Europa of de VS zien.
Het congres wordt georganiseerd door de WBFF, wier leidende gedachte is: wereldvrede door bonsai. Het vindt elke vier jaar plaats; eerdere edities waren in Japan, de Verenigde Staten, Korea, Duitsland, Puerto Rico, China en Australië. Het thema van deze editie was eenheid in verscheidenheid, en het volgende congres, in 2030, staat gepland in Maastricht in Nederland.
De tentoonstelling was het middelpunt, met ruim 150 bonsai te zien. Tropische soorten als ficus, Wrightia en Bucida toonden enorme stammen, luchtwortels, van nature krachtige voeten en fijn uitgewerkte kronen. Er was ook een internationale suiseki-tentoonstelling met 63 stenen uit 10 landen.
Ik vind het spannend dat een traditie die zo verbonden is met gematigde soorten in de tropen zo anders eruitziet. Het artikel toont de prijswinnende bomen, samen met foto's en een complete video van het evenement.
Bron: Bonsai Empire
Eind juli stond het terrein van de Pendopo Ronggo Djumeno in Caruban, in het regentschap Madiun, vol met kleine bomen. Het derde Madiun Nyawiji Bonsai Festival duurde acht dagen, van 25 juli tot en met 1 augustus 2026, en ik las het verslag met een glimlach.
De aantallen zijn groot voor een festival op regentschapsniveau. Er waren 404 bonsai ingeschreven, waarvan 254 in de reguliere klasse en 150 in de golden small-klasse. De deelnemers kwamen uit Madiun zelf en uit verschillende delen van Oost- en Midden-Java. Het evenement draaide niet alleen om de jury: er was een openbare tentoonstelling, workshops over het vormgeven van bonsai en een markt met sierplanten.
Het mooist vond ik de woorden van twee mensen ter plaatse. Een bezoekster, Lulu Humaira, zei vooral aangetrokken te zijn tot bonsai die al volgroeid zijn, omdat ze tijd, geduld en volharding vragen. De zin die ik noteerde: geniet van het proces, want geen enkel proces is instant. Dat past perfect bij deze hobby, en ook bij wie terraria inricht of mos langzaam laat groeien.
De voorzitter van het organisatiecomité, Yanuar Ristianto, zei dat het festival meer is dan een wedstrijd. Volgens hem is het een manier om de kunst van de bonsai te introduceren en tegelijk creatieve economische kansen te openen met sierplanten in het regentschap Madiun. Ook hoopt hij dat het enthousiasme van bonsailiefhebbers in de regio weer opbloeit.
Voor mij zijn zulke berichten bemoedigend, omdat ze laten zien dat de lokale bonsaigemeenschappen nog leven en langzaam groeien, niet alleen in de grote steden. Ik hoop dat dit festival een jaarlijkse traditie wordt.
Bron: RRI.co.id (Madiun)