Pachypodium lamerei, de Madagaskarpalm: licht, water geven en een winter zonder blad
Pachypodium lamerei is een van de klassiekers die bijna iedereen ooit koopt. Hoewel hij Madagaskarpalm heet en eruitziet als een stekelige palm, is het een vetplant uit de familie der Apocynaceae en geen cactus. Een verzorgingsgids die ik vond, vat het belangrijkste goed samen.
In zijn natuurlijke omgeving kan hij 3 tot 4 meter hoog worden, terwijl hij in een pot meestal tussen 30 centimeter en 1,5 meter blijft. Hij heeft veel licht en warmte nodig, met overdag temperaturen van 20 tot 30 graden; onder ongeveer 15 graden kan hij bladeren verliezen en in rust gaan. Dat hij in de winter kaal wordt is normaal; hij loopt weer uit zodra het warmer wordt.
Water geven is het gevoelige punt. Omdat hij water in zijn stam opslaat, verdraagt hij droogte beter dan te veel water. In de lente en zomer één tot twee keer per week geven en het substraat tussendoor laten opdrogen; in de herfst en winter om de twee weken, of helemaal niet als hij rust. Het artikel noemt wortelrot als de belangrijkste doodsoorzaak van deze soort.
Voor het substraat stelt het een luchtig mengsel voor van zwarte grond, bladaarde en tepojal, of een cactusaarde met grind of pumice. Elke twee à drie jaar verpotten, en handschoenen dragen vanwege de doornen. Alleen in de lente en zomer bemesten, met cactusmest op halve sterkte, eens per maand.
Voor vermeerdering raadt de tekst aan zaden 24 uur vóór het zaaien in de lente te weken. Ik vind het goed dat de tekst duidelijk is over wat deze plant het meest schaadt: te veel water en te weinig licht.
Bron: JardineriaOn
In zijn natuurlijke omgeving kan hij 3 tot 4 meter hoog worden, terwijl hij in een pot meestal tussen 30 centimeter en 1,5 meter blijft. Hij heeft veel licht en warmte nodig, met overdag temperaturen van 20 tot 30 graden; onder ongeveer 15 graden kan hij bladeren verliezen en in rust gaan. Dat hij in de winter kaal wordt is normaal; hij loopt weer uit zodra het warmer wordt.
Water geven is het gevoelige punt. Omdat hij water in zijn stam opslaat, verdraagt hij droogte beter dan te veel water. In de lente en zomer één tot twee keer per week geven en het substraat tussendoor laten opdrogen; in de herfst en winter om de twee weken, of helemaal niet als hij rust. Het artikel noemt wortelrot als de belangrijkste doodsoorzaak van deze soort.
Voor het substraat stelt het een luchtig mengsel voor van zwarte grond, bladaarde en tepojal, of een cactusaarde met grind of pumice. Elke twee à drie jaar verpotten, en handschoenen dragen vanwege de doornen. Alleen in de lente en zomer bemesten, met cactusmest op halve sterkte, eens per maand.
Voor vermeerdering raadt de tekst aan zaden 24 uur vóór het zaaien in de lente te weken. Ik vind het goed dat de tekst duidelijk is over wat deze plant het meest schaadt: te veel water en te weinig licht.
Bron: JardineriaOn
Reacties 0
Plaats de eerste reactie, in elke taal.
Log in om te reageren